Brabantse winterkost

Lag Brabant aan zee, de Brabanders zouden vis eten. Misschien zouden ze zelfs de kost verdienen als visserman en samen met hun vissersvrouw op zondag met een gek hoedje op het hoofd, respectievelijk een gesteven kapje met gouden achteruitkijkspiegels, ter kerke gaan. Op pleinen en dijken zouden eenzame Kniertjes regelmatig bloemen leggen bij een in brons gegoten anker met: ‘VOOR HEN DIE OP ZEE ZIJN GEBLEVEN’

Maar Brabant ligt niet aan zee en Brabanders zijn geen visserman of vissersvrouw. Het zijn boeren, burgers of buitenlui. Geen gekante mutsjes of kapjes met gouden spiegels, maar grauwe petten en soms nog een vergeelde poffer. Geen gedenktekens voor hen die op zee zijn gebleven. (Brabanders bleven en blijven overal, behalve op zee). Wel staan er links en rechts beelden van fabrikanten, koeien en varkens. Het zijn de monumenten  voor hen die Brabant groot maakten. Nooit legt iemand er bloemen neer.

En bovenal: Brabanders zijn geen visliefhebbers, het zijn vleeseters. Zult, bloedworst, grijze balkenbrij, worstenbrood, dat soort dingen. Doe er een geprakte aardappel bij et voilà: de Brabantse keuken. Niet verfijnd, maar stevige winterkost. Lang geleden moet het in Brabant altijd winter zijn geweest.

Gepersonaliseerd

De Volkskrant vraagt of ik belangstelling heb voor een gepersonaliseerde krant, een krant die geheel is afgestemd op mijn persoonlijke leesbehoeften en interesses. Ze vraagt ook of ik een enquête wil invullen. Nou dat wil ik wel, want de krant en ik zijn elkaar een beetje kwijtgeraakt in de loop der tijd.

Mijn krant vertelt mij niets nieuws meer, maar dat kan ik haar niet kwalijk nemen; de tijden zijn veranderd en krantennieuws is nieuws van gisteren, oudbakken en opgewarmd. Het krantennieuws heeft met de komst van internet plaatsgemaakt voor duiding, zeg maar uitleg over wat er her en der zoal speelt. Bijvoorbeeld: D. Trump vraagt een hertelling aan en mijn krant legt dan uit waarom hij dat doet, heel interessant. Behalve duiding is er ook veel ruimte voor opinie, meningen, bakken vol. Wat er dan nog aan wit overblijft gaat naar keukenweetjes, boekentips, grappige vermakelijkheden, cultuurideetjes voor het weekend, strips en ander klein bier. En daarmee is ze weer gevuld. Dus zo’n op maat gesneden gepersonaliseerde krant lijkt me wel wat.

Ik vul op het enquêteformulier in door wie ik graag geduid wil worden, welke meningen mij aanspreken en dat ik gek ben op Chinees eten.

Ik verheug me op mijn eerste gepersonaliseerde krant: geen A.B.C.meer, geen S.S., P.C. of A.T. Alleen nog maar: S.W., M.P., Tw.H., F.K.,  A.van A en natuurlijk Sigmund! Heerlijk zo’n eigen bulb!

Nostalgie

Hij heeft het bakje met pepernoten al klaargezet. Niets mag de aankomst van Sinterklaas onderbreken. En wat voor een aankomst! Hij wordt er blij van. Geen urenlang getreuzel met een halfwit paard aan de kade van een triest afwateringskanaal in een verloren provinciestadje. Nee hij ziet een Sinterklaas die met een peloton van tot veegpiet gemaakten zijn intrek neemt in, jawel: Paleis Soestdijk, het symbool van de spruitjesmonarchie. Bij de beelden van het paleis krijgt hij warme gevoelens. Zijn ogen worden vochtig. Hij ziet zijn Hare Majesteit Juliana zwaaien vanaf het bordes en hij ziet hoe zijn Koninklijke Hoogheid Prins B spazierend in de gaanderij nieuwe strapatsen bedenkt. Dat waren nog eens tijden.

Vanaf het bordes neemt nu Sinterklaas het défilé af. De Sint-getrouwen trekken aan hem voorbij. Het zijn de laatste helden die hem nog verdedigen tegen cultuurhaters, verongelijkten en identiteitsdenkers. Ze zullen standhouden tot aan het laatste pakje toe. Leve Sinterklaas! Hoera, hoera, hoera.

Wat hem bedroeft bij het defilé is het geschenk dat zijn stad de Sint aanbiedt. Met schaamte kijkt hij naar de bollen in een doos. Dat zijn geen Bossche Bollen. Het zijn ordinaire chocoladebollen die in de hoek van een besmeurde taartendoos zijn samengeklonterd tot plakkerige donkerbruine hondenhopen. Hij weet het, niets is meer wat het hoort te zijn, zelfs de pepernoten zijn te zoet.

Gebakken lucht?

Een grijze corona-zondagmiddag in november. Ik dwaal over het internet, speurend naar een kunstenaar en zijn werk. Om precies te zijn: ik zoek Julian Andeweg, een succesvol kunstenaar in opspraak. Tot voor kort bonsden galeriehouders op de poorten van zijn atelier en vooraanstaande musea rammelden met goed gevulde beurzen om zijn werk in hun huiscollecties op te mogen nemen.

Het internet heeft Julian Andeweg en zijn werk echter uitgegumd. Ik kan nauwelijks iets vinden over of van de man. Het weinige wat is achtergebleven geeft het beeld van een veelzijdig kunstenaar: schilder, fotograaf, videomaker en installateur, een tas vol disciplines. Alleen de performances ontbreken. Deze bewaarde hij voor intimi: collega-kunstenaars, onzekere medestudenten en zweverige adepten. Als een school bully van de ergste soort maltraiteerde hij zijn omgeving. Aanrandingen, verkrachtingen, diefstal, vernielingen en blinde agressie waren zijn beeldende middelen. Voor hem waren het achteloze penseelstreken ter complementering van zijn kunstenaarschap. En iedereen zweeg. 

Na een publicatie in de NRC ging de beerput open. Wat er naar boven kwam waren de ranzige streken van een bohemien.  Naar ik hoop is zijn gedrag niet structureel binnen de kunstopleidingen. De academies vormen toch al besloten gemeenschappen waar de grenzen opgerekt en overschreden moeten worden om alleen maar gezien te worden en waar men het buiten de lijntjes kleuren regelmatig verwart met talent. Met ‘Kunst moet schuren’ wasten directies en coördinatoren op de academies aanvankelijk hun handen in onschuld. Later werd het: Davon haben wir nicht gewusst, laffer kan haast niet.

En zijn slachtoffers? Vooral onzekere jongeren, verleid door de aandacht die hij ze gaf en die dachten dat grensoverschrijdend gedrag nu eenmaal bij het kunstenaarschap hoorde. Een medestudente hield het jaren met de man uit. Ik kan me er niets bij voorstellen, maar misschien kan ze haar ervaringen ooit als inspiratiebron gebruiken in haar kunstenaarschap, al is het maar als traumaverwerking.

Waar ik echt nieuwsgierig naar ben is wat dit alles doet met de waardering – ook geldelijk – van galeriehouders en museumdirecteuren voor Andeweg en zijn werk. Zoals het zich nu laat aanzien wordt de man en zijn kunst gecanceld. Als dat inderdaad zo is, dan is de kunst van Julian Andeweg niets meer dan gebakken lucht geweest en de bewonderende kunstwereld om hem heen één grote luchtballon.