Kunstsubsidie

Koning Willem II overleed op 17 maart 1849. De treurnis binnen de familie was groot en door hun tranen heen zagen de erfgenamen ook nog eens de erfenis als een zwaard van Damocles boven hun hoofden hangen. De Koning had geleefd met gulle hand, hij was geen krentenkakker. Vriend en vijand waren ruim bedeeld, al was het maar om ze te laten zwijgen over wat verzwegen moest worden. Uiteindelijk viel het wel mee met de schulden. Toch gingen de erfgenamen over tot het laten veilen van de kunstverzameling van de overledene; ze hadden niet zoveel met kunst. 3 Rembrandts, 5 stuks Rubens, twee Jan van Eycks en wat werk van Michel Angelo en Leonardo da Vinci kwamen onder de hamer. Amper 7 ton bracht de veiling op en de familie reed chagrijnig huiswaarts in een koets vol onverkochte kunst. 

Voordat de familie de verzameling ter veiling aanbood had ze geprobeerd de kunstverzameling aan de Nederlandse Staat te slijten. Minister van Binnenlandse Zaken Thorbecke was echter duidelijk geweest: ‘Kunst is geen regeringszaak’, had hij resoluut geantwoord

Thorbecke is dood en zijn kunst-statement heeft hem helaas niet overleefd.

Onze staat bemoeit zich wel met kunst. En hoe! Op advies van commissies en raden van deskundigen wordt belastinggeld uitgedeeld aan gezelschappen en instellingen die volgens de raad van wijzen voldoen aan voorwaarden die je volgens mij niet aan kunst zou moeten stellen. Het gaat niet om criteria als professionaliteit, kwaliteit en continuïteit waaraan voldaan moet worden, maar sociaal wenselijke voorwaarden zijn doorslaggevend. Diversiteit, inclusiviteit, vernieuwing en maatschappelijke relevantie bepalen wie er met de dukaten vandoor gaat. Zo staat een internationaal vermaard klassiek dansgezelschap tot zijn eigen verbijstering met lege handen, terwijl een inclusief breakdancegroepje uit het buurthuis in Paterswolde de komende jaren niet weet hoe ze de pot moet verteren. Straattoneel met daklozen, een Internationale Vrouwenfanfare, hoe inclusief, divers en vernieuwend wil je het hebben?

Met verbazing zie ik hoe belastinggeld richting een groep rappers verdwijnt die voor de gelegenheid zijn omgedoopt tot woordkunstenaars. Dit gaat dan ten koste van een professioneel, internationaal hooggewaardeerd klassiek kamerorkest dat achterblijft met een houtje om op te bijten.

Rappers en breakdancers zouden ook hun afschuw uitspreken wanneer de subsidie de andere kant was uitgegaan en gelijk hebben ze, en juist daarom zou er een frisse Thorbecke moeten opstaan, een man of vrouw die als minister voor Pure Kunsten een eind maakt aan deze tombola waarbij mijn belastinggeld terechtkomt bij kunstvormen waar ik helemaal niets mee heb. Ik wil zelf bepalen welk gezelschap of initiatief ik ondersteun. Ik word dan vriend of donateur van die club en samen met gelijkgezinden houden we het gezelschap op de been. Deze PKs (Persoonlijke Kunstsubsidie) moet natuurlijk wel aftrekbaar voor de inkomstenbelasting zijn.

Ingrijpend? Jazeker. Verfrissend? 100%. Kaf van koren? Absoluut, met garantie.

‘Dit is M’ verdwijnt

‘Dit is M’, het praatprogramma van Margriet van der Linden verdwijnt definitief van de tv.

NPO-woordvoerder Shula Rijxman: ‘De kijkcijfers van Dit-is-M zijn goed, soms zelfs uitstekend, maar de waardering blijft ver achter, we kunnen helaas niet anders.’

Een van de verklaringen voor de lage waardering is dat Margriet een te letterlijke invulling geeft aan het format ‘praatprogramma’. De kijkers missen het luisteren. Gasten klagen dat ze niet of nauwelijks aan het woord of in beeld komen (1 gast, Kuzu van Denk, kwam zelfs niet verder dan de schmink, red.)

Gelukkig verdwijnt Margriet niet definitief van het scherm. De VPRO heeft haar voor het seizoen 2021 opnieuw gevraagd als presentator voor het programma ‘Zomergasten’. Daar zal Margriet op 5 zondagavonden 4 uur lang zichzelf ontvangen.

Anti-R-demo

Ik doe niet aan racisme, ik heb er helemaal niets mee. Er is meer waar ik niet aan doe omdat ik er niets mee heb. Zo smeer ik geen sambal op mijn boterham met pindakaas en picknick ik niet in de vrije natuur, maar racisme is van een andere orde.

Je kunt je er niet van af maken met: ‘Ik doe er niet aan.’ Getuigen meneer, u moet getuigen, hoor ik. Ik ben niet van de getuigenis en volsta met het kijken naar een verslag van een demonstratie ergens op een lokaal Malieveldje.  Anoniem en op afstand.

Demonstranten roepen dat racisme de wereld uit moet en dat Black lives er ook toe doen. Een rapper rapt. Ik versta hem niet, het klinkt als wartaal, maar dat kan het niet zijn, het is natuurlijk woordkunst. Na de rapper komt een meisje het podium op. Ze zegt: ‘You’ve stolen everything from us.’ Ze kijkt en wijst. Het is een voordracht, iemand heeft die woorden eerder uitgesproken. Maakt overdrijving de boodschap overtuigender, vraag ik me af.

De demonstranten begeven zich richting centrum. Daar zal de bijeenkomst ontbonden worden. Ze passeren een beeld van de schilder J. Bosch. Het zal toch niet…, schiet het door me heen. De groep laat J.Bosch ongemoeid, J.Bosch heeft niets te vrezen. J.Bosch is veilig.

Docenten volledig overbodig

Op 15 april sloten de scholen voor voortgezet onderwijs hun poorten. Op 2 juni gingen de poorten weer open. Koning Corona stond het toe.

Is de achterstand nog wel bij te werken, vroegen verontruste docenten zich af of moeten we deze leerlingen definitief afschrijven als de zoveelste Lost Generation.

Wie schetst echter ieders verbazing toen de eerste ervaringen naar buiten kwamen. Er was geen achterstand. Sterker: uit de gegevens van de onderwijsinspectie bleek dat veel leerlingen voorliepen op het jaarprogramma en in enkele regio’s (Noord-Groningen, Drenthe, Midden-Limburg) hadden leerlingen zelfs de leerstof van het volgende jaar al verwerkt.

Carel Peeters, onderwijskundige aan de UvA, is niet verbaasd: ‘Dit komt overeen met de bevindingen uit mijn proefschrift. Bij het zelfstandig thuis-leren staan leerlingen in rechtstreeks contact met de leerstof. Er is geen intermediair in de vorm van een docent. De relatie is 1 op 1, leerstof-leerling. Voor doelgerichte Leerlingen – en dat zijn de meeste – is de docent een hinderlijke sta-in-de-weg die afleidt en veel verwarring veroorzaakt. Hij of zij zorgt misschien voor wat gezelligheid in de klas of maakt grapjes, maar op het leerproces heeft dat geen positieve invloed, in tegendeel: het vermindert de taakgerichtheid bij leerlingen. Dit inzicht bepaalt de inrichting van ons onderwijs in het na-Corona-tijdperk’, aldus Carel Peeters.

Ook Minister Slob van Onderwijs heeft inmiddels kennisgenomen van de ervaringen en is geschokt: ‘Het is nog te vroeg om harde uitspraken te doen, ik wil eerst alle cijfers zien, maar ik kan u zeggen dat we op de achtergrond al bezig zijn met een landelijk omscholingsplan voor overbodige docenten. Gelukkig zijn er sectoren waar men staat te springen om deze mensen. U kunt denken aan de inzet als Boa of pedagogisch medewerker in penitentiaire inrichtingen en in de private sector is er grote vraag naar verkeersregelaars. Via verkorte leertrajecten zorgen we voor een soepele instroom met aantrekkelijke doorgroeimogelijkheden.’

De onderwijsbond AOb wilde nog niet reageren.