Hij is een vreemdeling aan zee. Niemand die het ziet, maar ze horen het. ‘Ah, U bent niet van hier’, zegt de bakker, de ober, de brandweerman. Het klopt, hij is niet van hier; dialecten zijn meedogenloos.

De eigenaar van de Overhemdenshop aan de Vlaanderenstraat hoort het ook, maar die is ook niet van hier. ‘Kan dat’, vraag hij de man, ‘vreemdeling aan zee en je er toch thuis voelen?’

‘Volgens die van hier kan dat niet’, antwoordt de man. ‘Die van hier zijn en blijven op hun eigen. U kunt zich thuis voelen zo veel u wilt, maar u zult er nooit bij horen. En zij gelukkig ook niet bij ons’, komt er zachtjes achteraan. 

Handel over te nemen, staat er op het bord in de etalage.