Mannen huilden niet. En wanneer we toch huilden, huilden we heel kort, stiekem in een stil hoekje, alleen met ons mannenverdriet. Vervolgens droogden we de traan en gingen er weer tegenaan. Zo waren wij, echte mannen.

Toen kwam Jacques Herb. Jacques was anders. Geen kerel uit één stuk, maar een gevoelige jongen met een snik. Hij zong: ‘Een man mag niet huilen’. In 1972 stond hij twee maanden lang in de top-10. Jacques Herb veranderde de mannenwereld. De huilende man maakte zijn entree en eiste zijn plaats op. 

Sindsdien huilen mannen open en bloot zoals alle andere huilers. Ze huilen bij het verlies van een moeder of vader, van een partner, hond, kat, motor, voetbalwedstrijd of theeserviesje. Ze huilen bij pech, ze huilen van geluk, ze huilen om hun zin te krijgen of om hun straf te ontlopen. 

Vorige week huilde minister van Justitie Ferdinand Grapperhaus in de Tweede Kamer. Hij had tijdens zijn bruiloft de Corona-regels overtreden en werd ter verantwoording geroepen. Hij ontkende, verdraaide, bekende, bagatelliseerde, betuigde spijt, ging door het stof, dieper door het stof en als apotheose huilde hij. Ferd mocht blijven.

Ik kon wel janken.