Odette is al gaan liggen wanneer wij in Oostende aankomen. De voorstelling is gedaan. We zijn te laat. Op het strand zoeken jutters naar wat van hun gading is. Ramptoeristen maken foto’s als bewijs voor de sterke verhalen die ze straks gaan vertellen.

Odette is te keer gegaan en heeft het strand verplaatst naar de Albert I Promenade. Waar het strand lag heeft ze een nieuw duinenlandschap geschapen. Alleen de daken van de strandcabines steken nog boven de duintoppen uit. Door het wegslaan van het strand zijn er steile kliffen ontstaan. Vergeleken met die aan de overkant zijn het kleuterkliffen, maar kliffen zijn het.

De strandstoelen en hemelbedden van strandpaviljoen Lydo zijn op één grote hoop gewaaid. Een gigantische brandstapel, wachtend om aangestoken te worden. Een dertigtal palmbomen in reusachtige betonnen potten hebben Odette weerstaan. Dicht tegen elkaar en diep ingegraven hielden ze stand. Eendracht maakt macht. We maken foto’s van het slagveld.

Twee weken geleden dronken we bij Lydo nog een verkoelend Antwerps Bolleke. We spraken de eigenaar die in een vertrouwelijke bui zijn leed over het slechte seizoen met ons deelde. Odette was nog niet geboren.

Wanneer we teruglopen over de promenade zien we de eigenaar van het Lydo het strand oplopen. Hij zeult een grote benzinejerrycan richting strandstoelen en hemelbedden. Hij kijkt niet op en om en loopt recht op zijn doel af. Iedereen weet dat het niet altijd schepen zijn die je achter je verbrandt.