Wie geboren is in het pré-smartphone en tablet tijdperk, ik bedoel de tijd van de radio, kan zich misschien herinneren dat er toen mensen leefden die hun kinderen wel eens een verhaaltje voorlazen voor het slapengaan. Mijn ouders waren van die mensen en die verhaaltjes waren net zo verslavend als de phones en pads van nu. Ik hecht er nog steeds aan, zij het niet meer dagelijks. Omdat mijn vriendin echter weigert mij voor het slapen gaan verhaaltjes voor te lezen, lees ik ze zelf.

Ik haal mijn verhaaltjes uit de brieven van Vincent van Gogh (Een leven in brieven, Meulenhoff pocketeditie) en lees 2 brieven voor het slapengaan. Vervolgens ga ik 8 uur onder zeil, ononderbroken.

Eerlijk gezegd vind ik dat Vincent van Gogh beter schreef dan dat hij schilderde. Hij schreef helder over wat hij vond, dacht, zag of meende te zien en hij schreef persoonlijk.

Misschien mag je schrijf- en schilderkunst niet met elkaar vergelijken, het zijn appels en peren, maar in dit geval zijn het wel appels en peren van dezelfde stam. En dan mag het wat mij betreft. Het is boeiend om te lezen wat hij schrijft over zijn familierelaties, zijn onzekerheden en twijfels en over de altijd aanwezige armoede. Ook bijzonder is het om in een tijd waarin beelden woorden verdringen te lezen hoe Vincent-de-schrijver met zijn beeldende taalmiddelen haarfijn uitlegt wat Vincent-de-schilder aan beeldende middelen en vaardigheden te kort komt. De schrijver had niet zo’n hoge pet op van de schilder. In enkele brieven deelt hij die onmacht met zijn broer Theo.

Ik heb het boek ‘Een leven in brieven’ lang geleden van een vriend gekregen die mij wees op Van Goghs schrijfkunst. Nadat hij z’n naam op het schutblad had geschreven zei hij lees het maar eens en gaf mij zijn boek mee. Het boek heeft een vaste plaats in mijn kast, ik heb het nooit teruggegeven en de vriend is inmiddels overleden. Iedere keer wanneer ik in het brievenboek pak vrees ik de klop op de deur; het blijft tenslotte verduistering.