De Geschiedenisleraar

‘Goedemorgen jongelui. Ik wil vandaag beginnen met het doornemen van de jaarplanning geschiedenis, het vak dat jullie naar ik hoop met enthousiasme in jullie pakket hebben opgenomen. Als eerste behandelen we dit jaar de Verlichting, de tijd waarin het helder denken opkwam en waarin de basis werd gelegd voor de redelijkheid in onze samenleving. Na de kerstvakantie duiken we dan in het koloniale verleden van ons landje en na Pasen beginnen we aan de Tweede Wereldoorlog. Ja Kees, wat wil je vragen?’

‘Meneer, die man van de evolutieleer hoort die ook bij de Verlichting?’

‘Je bedoelt Darwin, jazeker, hij is een van de meest aansprekende voorbeelden van het Verlichtingsdenken. Zonder Verlichting geen Darwin, kun je wel zeggen.’

‘Dat is dan een probleem meneer. Van huis uit ben ik lid van het Afgescheiden Gereformeerd Genootschap art. 63 en de man die u net noemde is voor ons de duivel.’ 

‘Nou Kees, je hoeft niet in Darwin te geloven, je kunt toch gewoon luisteren naar wat hij bedacht heeft?’

‘Nee meneer, spreken over of zelfs zijn naam noemen is uit den boze volgens de Heer en de Leer en het is ook nog eens hoofdzondig volgens de ouderlingen.’

Ok Kees, als het zo zwaar ligt kun je beter voor deze lessen verlof aanvragen op persoonlijke gronden, formulier Principiële Absentie PA-3, je kunt het ophalen bij de conciërge.’

‘Wat wil je vragen Asha?’

Meneer, u vindt het blijkbaar normaal dat kolonialisme en die gruwelijke slavernij hier behandeld worden door een geprivilegieerde witte man met een eenzijdige Westerse kijk. Nou, ik niet. Van wie is dat kolonialisme? Van wie is die slavernij? Wat weet u van wat mijn voorouders allemaal hebben meegemaakt. Mij ziet u niet.’

‘Dat vind ik jammer Asha, je had best een goede inbreng kunnen hebben bij dit thema, maar ik snap het. Vraag maar principiële absentie aan.’

‘Ja Achmed?’

‘Die Tweede Wereldoorlog meneer, die gaat zeker over die holecast, over die Joden die vergast zouden zijn op die campings waar ze met de trein waren heen gegaan. Nou daar klopt helemaal niks van. Het zijn schurken en oplichters. Mijn vader haat ze en van hem hoef ik niet naar die kletspraat te luisteren. Hij wil dat hier best zelf komen vertellen.’

‘Nee, nee Achmed, niet nodig man, rustig maar, je weet het: PA 13 bij de conciërge. Iemand nog vragen?’

De uil

Thierry Baudet spijbelde bij het debat over de Corona-spoedwet en kompaan Hiddema zat thuis uitgeblust voor de televisie naar Wie is de Mol te kijken. Gelukkig was er nog het FvD-lid-in-proeftijd Wybren Ridley van Haga die de honneurs wilde waarnemen. Hij deed het best goed. Uiteraard had de grote leider een goed excuus voor zijn absentie.

Als de uil van Minerva was hij in de namiddag neergestreken op Plein bij het gebouw van de Tweede Kamer om daar een groep emotioneel-incontinenten toe te spreken en ze een hart onder de riem te steken. Zo kende ik hem nog niet. Thierry Baudet: de mensen-mens, de man van het gewone volk.

Ik vroeg me af wie zo’n groep verwarde mensen bij elkaar kon krijgen op een kille namiddag in oktober. Willem Engel, een tot cha-cha-cha-dansleraar omgeschoolde wetenschapper uit Rotterdam, bleek daarvoor verantwoordelijk te zijn. 

Schreeuwend en zo door elkaar mogelijk vertelden de verdwaalden tegen een journalist waarom ze naar Den Haag waren gekomen. Ik meende het volgende eruit te kunnen opmaken: 

‘Iedereen in Nederland moet weten dat Corona een verzinsel is van de elite en dat alle Corona-maatregelen er alleen zijn om de aandacht af te leiden van het wereldwijde pedofielennetwerk o.l.v. Rutte en De Jong. Gezondheidsklachten die mensen tegenwoordig ervaren worden veroorzaakt door de 5G-straling waarmee de gewone man onder controle wordt gehouden. Verder wilden ze nog hun vrijheid terug, hun privacy back, opheffing van de dictatuur en moest Satan stoppen met waar hij dan ook mee bezig was. Eén van de verwarden deed zijn tante Thea nog de groeten.

En toen landde dus Thierry de uil Baudet: de Alex de Tocqueville der Lage Landen, de Chopin for the millions. ‘Ga door, laat jullie niet gek maken’, riep hij de verzamelde verwarden toe. Het was te laat, ze juichten al.

Met zachte dwang ontruimde de politie het plein. De uil fladderde weg.

‘Hoe oud kunnen steenuilen worden?’ vroeg ik aan m’n vriendin die slim is en veel van vogels weet. 

‘In het wild drie jaar’, zei ze, ‘maar dat zijn uitzonderingen. De meeste vliegen zich al eerder te pletter.’

Tijd voor een wijntje, dacht ik.    

Denken

Ik betrap me erop dat ik niet meer denk. Het komt er niet meer van. Waarschijnlijk gebeurt er te veel op de wereld en raakt het hoofd overbelast. Ik heb het dan over nadenken, over doorgronden. Niet over bedenken of overdenken, maar over het echte werk: het knarsen.

Voorheen dacht ik geregeld. Ik dacht dan bijvoorbeeld na over de quantumtheorie, over to be or not to be, de relativiteitstheorie van Einstein of over de voordelen van linksrijdend verkeer boven rechtsrijdend verkeer. Niet dat ik alles wist te doorgronden, maar ik ging wel aardig de diepte in.

Als niet-denker ben je overgeleverd aan de goden. Overgeleverd aan een twijfelachtig gezelschap van deskundigen, semi-deskundigen, piskijkers en glazenbol-gluurders. Tot ik weer ga denken steek ik ’s morgens mijn vinger in de lucht. Weten uit welke richting de wind waait is voor de niet-denker het hoogst haalbare.

Schoon schip maken

Odette is al gaan liggen wanneer wij in Oostende aankomen. De voorstelling is gedaan. We zijn te laat. Op het strand zoeken jutters naar wat van hun gading is. Ramptoeristen maken foto’s als bewijs voor de sterke verhalen die ze straks gaan vertellen.

Odette is te keer gegaan en heeft het strand verplaatst naar de Albert I Promenade. Waar het strand lag heeft ze een nieuw duinenlandschap geschapen. Alleen de daken van de strandcabines steken nog boven de duintoppen uit. Door het wegslaan van het strand zijn er steile kliffen ontstaan. Vergeleken met die aan de overkant zijn het kleuterkliffen, maar kliffen zijn het.

De strandstoelen en hemelbedden van strandpaviljoen Lydo zijn op één grote hoop gewaaid. Een gigantische brandstapel, wachtend om aangestoken te worden. Een dertigtal palmbomen in reusachtige betonnen potten hebben Odette weerstaan. Dicht tegen elkaar en diep ingegraven hielden ze stand. Eendracht maakt macht. We maken foto’s van het slagveld.

Twee weken geleden dronken we bij Lydo nog een verkoelend Antwerps Bolleke. We spraken de eigenaar die in een vertrouwelijke bui zijn leed over het slechte seizoen met ons deelde. Odette was nog niet geboren.

Wanneer we teruglopen over de promenade zien we de eigenaar van het Lydo het strand oplopen. Hij zeult een grote benzinejerrycan richting strandstoelen en hemelbedden. Hij kijkt niet op en om en loopt recht op zijn doel af. Iedereen weet dat het niet altijd schepen zijn die je achter je verbrandt.