Afgestompt

Vanaf het balkon kijk ik naar de zee. Geen rimpel te bekennen. Er is een warme dag voorspeld. Misschien wordt het wel de warmste dag sinds 2018 of 1972 of 1800, wie weet misschien wel sinds 443 v.Chr. Onder mijn balkon slepen gemondkapte badgasten hun strandmeubilair, opgeblazen krokodillen en pinguïns door de straat. Ze zijn op weg naar het beloofde strand, naar de beste plaatsen aan de vloedlijn, loge balkon. Bij haar restaurantje aan de overkant zet Jisjenka het terras uit. 

Ondertussen lees ik dat een Lange Frans premier Rutte wil omleggen, een wielrenner met een verbrijzeld hoofd het goed maakt, een hittegolf slopend is voor studenten en dat Corona de moslimgemeenschap het beroerdste offerfeest heeft opgeleverd sinds het overlijden van Mohammed: ze mochten niet bij het slachten van de schapen aanwezig zijn. Oh ja, en de ingekorte Merwedebrug is weer open.

Ik lees de berichten zoals ik mijn tanden poets: gedachteloos en routineus. Aangrijpende en dramatische gebeurtenissen reduceer ik tot vanzelfsprekende voorvallen, toevallige incidenten of eigen schuld dikke bult gevallen. Wat nog overblijft valt in de categorie het-zal-me-worst-wezen. Ik lijd aan nieuwsmoeheid. Een gevolg van een teveel. Je kunt het ook afstomping noemen.

Er verschijnt een alert op mijn iPad; ‘RIVM heeft hitteplan in werking gesteld.’ Het plan dicteert: Geen inspanning! Blijf binnen! Drink voldoende! Let extra op de mensen in je omgeving!

Ik let nog eens extra op bezwete strandgangers beneden mij die op doortocht zijn naar het beloofde strand. De stoet is nog in beweging, er is niemand bezweken, niemand vertrapt. Slechts één leeggelopen pinguïn ligt voor dood in de goot.

Inmiddels is het twaalf uur, hoogste tijd om voldoende te gaan drinken, volgens het RIVM.

Oostende (2)

De garnaalkroketjes van madame Kroket zijn fameus, zo ook de vissoep van mevrouw Poseidon en de schotels van traiteur meneer Burggraeve. Wie hier fatsoenlijk wil inburgeren kan niet om ze heen. Trouwens ook niet om: Het Vispaleis, Patisserie Caruso en onze buurman: ‘Patrick Boudengen, Voor al uw groenten en fruit’.

Dankzij deze Oostendse culinaire geneugten kunnen we inmiddels de broekriem niet meer aanhalen en maken we iedere ochtend een afvalwandeling. Anderhalf uur, vaste route, stevige pas.

We wandelen in de voetsporen van Leopold II, de koning der Belgen die Congo tot zijn persoonlijke bezit mocht rekenen, een land dat hij overigens nooit heeft bezocht. Dit in tegenstelling tot Oostende waar hij niet was weg te branden.

Onze wandeling begint bij het Leopold II-monument:

De koning zit hoog te paard en kijkt uit over de Noordzee. Onder hem aan de linkerzijde kijken naakte Congolezen in goddelijke bewondering en met dankbaarheid naar hem op. Dankbaar omdat hij ze heeft bevrijd uit de handen van Arabische slavenhandelaren (zo kon het dus ook). Aan de rechterkant staat een groepje Oostendse vissermannen en vrouwen, ze kijken even bewonderend en dankbaar voor alles wat hij voor Oostende heeft gedaan. Wat zou Congo zijn geweest zonder Leopold II, vragen we ons af, om over Oostende maar te zwijgen.

In 2004 heeft een vroege BLM-beeldenstormer de hand van een van de Congolezen afgehakt. Een protest tegen de verheerlijking van deze Leopold en het wrede regime waarbij het afhakken van handen een populaire straf was. Op een extra info-bordje informeert de gemeente ons over de minder frisse kant van Leopolds bewind.

Zo wandelen we iedere ochtend langs de Koning der Belgen, de Beul van Congo en jawel: de Pedofiel voor wie hem de gelegenheid bood. Over die laatste hobby van de koning staat niets op het gemeentelijk bordje, noch is er iets geamputeerd. Kwestie van tijd, denken we.

Leer mij ze kennen

‘Je bent niet interessant genoeg Frans.’

‘Hoezo, wat bedoel je met niet interessant genoeg?’

‘Nou, zoals ik zei: je roept geen spanning op, je bent een open boek. Een boek met een grijze kaft waar je na hoofdstuk 1 al weet hoe het afloopt. Je hebt geen verborgen kantjes waar ze naar op zoek kunnen. Aan Frans valt niets te ontdekken, wat je ziet is wat je krijgt, hoor ik ze zeggen.’

‘Tja, maar ik ben wel mooi in balans, twee benen op de grond, degelijk, eerlijk en betrouwbaar en heb een redelijk inkomen, dat is ook interessant.’

‘Ja, dat mag wel zo zijn en dat is mooi meegenomen, maar daar zitten ze niet op te wachten, daar zijn ze helemaal niet naar op zoek man. Ze zoeken spanning, de geheimzinnige man met de cape. Geen zomerhuisje op de Veluwe, maar een appartementje in Casablanca, dat soort dingen, snap je. Fantaseer je leven bij elkaar en leg vooral niet meteen je simpele ziel en degelijke zaligheid op tafel. Bedachtzaam zwijgen doet wonderen. Maak ze nieuwsgierig Frans. Een ontdekkingstocht, dat is wat ze willen. Leer mij ze kennen. Nou succes vanavond!’

Erbij horen

‘Ga bij de padvinderij’, zei mijn moeder, ‘dan hoor je ergens bij.’ Ik was elf en mijn moeder wilde dat ik ergens bij hoorde. Ze vond dat je altijd ergens bij moest horen. Het liefste bij iets waar andere mensen ook bij hoorden.

Ik ging bij de padvinderij. Drie maanden later zei hopman Theo dat ik een waardeloze padvinder was en ik kreeg een briefje mee voor mijn moeder: Frans is een slechte padvinder. Hij is hier niet meer welkom, met vriendelijke groeten, de hopman. Einde padvinderij.

Het was ook niks die padvinderij. Alleen die hopman al: een vijftigjarige die twee keer per week in een korte manchester broek met 20 jonge knapen de natuur in trekt om te hoppen, want dat doen hopmannen. Ik wilde daar niet bij horen.

Sindsdien hoor ik nergens bij en dat zal zo wel blijven. Eenzaam? Alleen?  Arthur Schoppenhauer begreep het: in eenzaamheid is het aangenaam leven; je verkeert altijd in prettig gezelschap.