Nostalgie

Hij heeft het bakje met pepernoten al klaargezet. Niets mag de aankomst van Sinterklaas onderbreken. En wat voor een aankomst! Hij wordt er blij van. Geen urenlang getreuzel met een halfwit paard aan de kade van een triest afwateringskanaal in een verloren provinciestadje. Nee hij ziet een Sinterklaas die met een peloton van tot veegpiet gemaakten zijn intrek neemt in, jawel: Paleis Soestdijk, het symbool van de spruitjesmonarchie. Bij de beelden van het paleis krijgt hij warme gevoelens. Zijn ogen worden vochtig. Hij ziet zijn Hare Majesteit Juliana zwaaien vanaf het bordes en hij ziet hoe zijn Koninklijke Hoogheid Prins B spazierend in de gaanderij nieuwe strapatsen bedenkt. Dat waren nog eens tijden.

Vanaf het bordes neemt nu Sinterklaas het défilé af. De Sint-getrouwen trekken aan hem voorbij. Het zijn de laatste helden die hem nog verdedigen tegen cultuurhaters, verongelijkten en identiteitsdenkers. Ze zullen standhouden tot aan het laatste pakje toe. Leve Sinterklaas! Hoera, hoera, hoera.

Wat hem bedroeft bij het defilé is het geschenk dat zijn stad de Sint aanbiedt. Met schaamte kijkt hij naar de bollen in een doos. Dat zijn geen Bossche Bollen. Het zijn ordinaire chocoladebollen die in de hoek van een besmeurde taartendoos zijn samengeklonterd tot plakkerige donkerbruine hondenhopen. Hij weet het, niets is meer wat het hoort te zijn, zelfs de pepernoten zijn te zoet.