Docenten volledig overbodig

Op 15 april sloten de scholen voor voortgezet onderwijs hun poorten. Op 2 juni gingen de poorten weer open. Koning Corona stond het toe.

Is de achterstand nog wel bij te werken, vroegen verontruste docenten zich af of moeten we deze leerlingen definitief afschrijven als de zoveelste Lost Generation.

Wie schetst echter ieders verbazing toen de eerste ervaringen naar buiten kwamen. Er was geen achterstand. Sterker: uit de gegevens van de onderwijsinspectie bleek dat veel leerlingen voorliepen op het jaarprogramma en in enkele regio’s (Noord-Groningen, Drenthe, Midden-Limburg) hadden leerlingen zelfs de leerstof van het volgende jaar al verwerkt.

Carel Peeters, onderwijskundige aan de UvA, is niet verbaasd: ‘Dit komt overeen met de bevindingen uit mijn proefschrift. Bij het zelfstandig thuis-leren staan leerlingen in rechtstreeks contact met de leerstof. Er is geen intermediair in de vorm van een docent. De relatie is 1 op 1, leerstof-leerling. Voor doelgerichte Leerlingen – en dat zijn de meeste – is de docent een hinderlijke sta-in-de-weg die afleidt en veel verwarring veroorzaakt. Hij of zij zorgt misschien voor wat gezelligheid in de klas of maakt grapjes, maar op het leerproces heeft dat geen positieve invloed, in tegendeel: het vermindert de taakgerichtheid bij leerlingen. Dit inzicht bepaalt de inrichting van ons onderwijs in het na-Corona-tijdperk’, aldus Carel Peeters.

Ook Minister Slob van Onderwijs heeft inmiddels kennisgenomen van de ervaringen en is geschokt: ‘Het is nog te vroeg om harde uitspraken te doen, ik wil eerst alle cijfers zien, maar ik kan u zeggen dat we op de achtergrond al bezig zijn met een landelijk omscholingsplan voor overbodige docenten. Gelukkig zijn er sectoren waar men staat te springen om deze mensen. U kunt denken aan de inzet als Boa of pedagogisch medewerker in penitentiaire inrichtingen en in de private sector is er grote vraag naar verkeersregelaars. Via verkorte leertrajecten zorgen we voor een soepele instroom met aantrekkelijke doorgroeimogelijkheden.’

De onderwijsbond AOb wilde nog niet reageren.

Waar was Ursula

We hoefden er niet eens om te roepen. We hadden hem al: een sterke man voor in barre tijden: Mark Rutte. Dankzij onze Minister-president zijn we weer één land, weliswaar een gehandicapt Corona-land en waarschijnlijk niet voor lang, maar toch. Gedwee lieten we ons door hem opsluiten en hoopvol volgen we hem nu bij onze eerste stapjes richting vrijheid. 90% van de Nederlandse bevolking is het erover eens: Mark redt.

Met 50% kennis toch 100% maatregelen, daarmee toont Mark zijn daadkracht. Willen we de grenzen dicht? Dan doen we de grenzen dicht, Grenscontroles nodig? Dan stellen we grenscontroles in. Steun voor bedrijven in nood? We doen het gewoon. Hij is natuurlijk niet de enige sterke leider met een kordaat optreden. Heel Europa gaat dwars tegen haar eigen regels in.

Europa was er even niet en liet daarmee zien wat Europa eigenlijk zou moeten zijn: een vrijwillige samenwerking van autonome natiestaten met aan het hoofd een Europese Raad van nationale staatshoofden, niets meer. De Europese Commissie en het Europees Parlement kunnen blijvend in quarantaine of in ieder geval tot ze genezen zijn van hun dwangneurose. De democratie bewaken we wel op nationaal niveau. 

Ook Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, was er even niet. Ursula hield zich schuchter op de achtergrond. Met een timide: ‘Er luistert toch niemand’, huilde ze uit op Frans Timmermans’ schouder. ‘We kunnen er net zo goed mee ophouden.’ Frans knikte gelaten. ‘Es ist vorüber Ursula’, fluisterde hij in haar oor. Voortschrijdend inzicht. 

Nu vasthouden.

Mijmeren

Je mijmert wel eens wat, zeker in tijden van Corona. Zo mijmerde ik gistermorgen over de tijd die mijn vriendin en ik de voorbije weken op het balkon hebben doorgebracht, het was alsof we er woonden.

Het begon op 17 maart toen we op het balkon applaudisseerden voor de kanjers in de verzorging, een voorzichtig begin. Er kwamen al snel meer verzoeken binnen: 10 minuten handen op elkaar voor onze lokale verzorgenden in het J.B.Z., een warme douche voor de politiekanjers en handhavers van onze stad en op een woensdagmiddag een stevig applaus voor alle getroffenen in de horeca, toch ook een belangrijke tak binnen de vitale beroepen, lijkt me. 

Het bleef niet bij applaus. Met pannen en pollepels brachten we vanaf ons balkon een aubade aan de medewerkers van de plaatselijke voedselbank en omdat het gewone leven ook doorging stonden we op koningsdag om 10 uur samen met andere balkoniers het Wilhelmus mee te blazen op een kazoo (dit gebeurde overigens op verzoek van de feestcommissie) en ’s middags op herhaling, maar dan met borrel.

Op 4 mei ook maar vanaf ons balkon de doden herdacht en op 5 mei in oranje kledij en oranjebitter slempend op het balkon een vrijmarkt gehouden, dolle boel.

Voor een hoogtepunt op Bevrijdingsdag zorgde Claudia de Breij toen ze vroeg om op 16.55 uur het nummer ‘Zing, vecht, huil, enz. van Ramses Shaffy vanaf het balkon te laten klinken. We sleepten de grote speakerbox naar buiten en om 16.55 u. galmde Ramses over de vijver. Ik heb geen idee meer voor wie of wat het was, maar in coronatijden doe je wat er gevraagd wordt, zelfs een liedje van Ramses Shaffy afspelen. 

Na Bevrijdingsdag hebben we een punt gezet achter ons balkonverblijf en gebruiken we het balkon alleen nog waarvoor een balkon bedoeld is: een goede fles wijn soldaat maken. Af en toe horen we ergens nog een applaus opklinken. We heffen dan het glas en toosten op alles en iedereen.