De uil

Thierry Baudet spijbelde bij het debat over de Corona-spoedwet en kompaan Hiddema zat thuis uitgeblust voor de televisie naar Wie is de Mol te kijken. Gelukkig was er nog het FvD-lid-in-proeftijd Wybren Ridley van Haga die de honneurs wilde waarnemen. Hij deed het best goed. Uiteraard had de grote leider een goed excuus voor zijn absentie.

Als de uil van Minerva was hij in de namiddag neergestreken op Plein bij het gebouw van de Tweede Kamer om daar een groep emotioneel-incontinenten toe te spreken en ze een hart onder de riem te steken. Zo kende ik hem nog niet. Thierry Baudet: de mensen-mens, de man van het gewone volk.

Ik vroeg me af wie zo’n groep verwarde mensen bij elkaar kon krijgen op een kille namiddag in oktober. Willem Engel, een tot cha-cha-cha-dansleraar omgeschoolde wetenschapper uit Rotterdam, bleek daarvoor verantwoordelijk te zijn. 

Schreeuwend en zo door elkaar mogelijk vertelden de verdwaalden tegen een journalist waarom ze naar Den Haag waren gekomen. Ik meende het volgende eruit te kunnen opmaken: 

‘Iedereen in Nederland moet weten dat Corona een verzinsel is van de elite en dat alle Corona-maatregelen er alleen zijn om de aandacht af te leiden van het wereldwijde pedofielennetwerk o.l.v. Rutte en De Jong. Gezondheidsklachten die mensen tegenwoordig ervaren worden veroorzaakt door de 5G-straling waarmee de gewone man onder controle wordt gehouden. Verder wilden ze nog hun vrijheid terug, hun privacy back, opheffing van de dictatuur en moest Satan stoppen met waar hij dan ook mee bezig was. Eén van de verwarden deed zijn tante Thea nog de groeten.

En toen landde dus Thierry de uil Baudet: de Alex de Tocqueville der Lage Landen, de Chopin for the millions. ‘Ga door, laat jullie niet gek maken’, riep hij de verzamelde verwarden toe. Het was te laat, ze juichten al.

Met zachte dwang ontruimde de politie het plein. De uil fladderde weg.

‘Hoe oud kunnen steenuilen worden?’ vroeg ik aan m’n vriendin die slim is en veel van vogels weet. 

‘In het wild drie jaar’, zei ze, ‘maar dat zijn uitzonderingen. De meeste vliegen zich al eerder te pletter.’

Tijd voor een wijntje, dacht ik.    

Mevrouw Kaag

Mevrouw Kaag had met een Noord-Koreaanse uitslag (95% van de stemmen) de lijsttrekkersverkiezing van haar partij gewonnen. Om de schijn van een echte verkiezing op te houden had D66 in China een onbekende fopspeen opgeduikeld die bereid was geweest de tegenkandidaat te spelen.

Op het D66-Volkscongres werd de verkiezingsuitslag bekend gemaakt. Nadat Rob Jetten door de dagvoorzitter met een bosje bloemen van het podium was gebonjourd (Bedankt Rob, goed gedaan man!) betrad mevrouw Kaag het toneel. Zij mocht de lijst gaan trekken, dan wel de kar duwen; bij links-liberalen is nooit te voorspellen hoe ze bewegen. 

Ik had geen helder beeld van mevrouw Kaag. Ze was al enige tijd minister, maar een minister met Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in haar portefeuille verlies je snel uit het oog. Kortgeleden was ze in het land en schoof aan bij Buitenhof. Ik was perplex. Wat een beschaving, wat een gratie, wat een niveau! 

Met haar verschijning bij Buitenhof declasseerde mevrouw Kaag de Tweede Kamer tot een rovershol vol barbaars straattuig (met uitzondering van Kees van de Staaij en mevrouw Arib natuurlijk).

Ze vertelde tegen Pieter Jan Hagens over haar ambities: D66 de grootste partij maken en dan als eerste vrouwelijke minister-president samen met haar kabinet + koning op het bordes.

Beschaafd en vol overtuiging onthulde ze wat ze nog meer in haar glazen bol zag. Jawel: verbinding! Nederland moest één gelukkige familie worden. Weg met dat politiek gedram. Gewoon 2 keer per week met de fractieleiders koffiedrinken in het Torentje. Plooien gladstrijken en afkaarten. Alleen de PVV en FvD mochten niet meedoen aan het verbinden. Dat begrijpen de mensen wel, zei ze. Ook dienden de omgangsvormen in Nederland te worden bijgeschaafd. De toon vond ze echt te grof. 

Ik geloof in haar, zei ik tegen mijn vriendin. Mevrouw Kaag wordt onze eerste vrouwelijke minister-president en misschien wordt ze nog veel meer. Eerste vrouwelijke paus? President van Europa? Koningin van het Beloofde Palestijnse Land? De wereld ligt open voor haar.

’s Avonds overdacht ik de uitzending van Buitenhof en bij het tweede glas wijn begon er iets te knagen. Had ik iets gemist, iets over het hoofd gezien? Bij het derde glas borrelde het op: bescheidenheid! Geen spoortje van, geen zweempje. De enige bescheidenheid zat in haar  make-up, met dank aan de NPO-visagiste.

Elise van Calcar had gelijk toen ze ooit schreef: Bescheidenheid is de kroon der beschaving. Zonder bescheidenheid is beschaving een dun laagje vernis. En mevrouw Kaag kale kak.