Mijmeren

Je mijmert wel eens wat, zeker in tijden van Corona. Zo mijmerde ik gistermorgen over de tijd die mijn vriendin en ik de voorbije weken op het balkon hebben doorgebracht, het was alsof we er woonden.

Het begon op 17 maart toen we op het balkon applaudisseerden voor de kanjers in de verzorging, een voorzichtig begin. Er kwamen al snel meer verzoeken binnen: 10 minuten handen op elkaar voor onze lokale verzorgenden in het J.B.Z., een warme douche voor de politiekanjers en handhavers van onze stad en op een woensdagmiddag een stevig applaus voor alle getroffenen in de horeca, toch ook een belangrijke tak binnen de vitale beroepen, lijkt me. 

Het bleef niet bij applaus. Met pannen en pollepels brachten we vanaf ons balkon een aubade aan de medewerkers van de plaatselijke voedselbank en omdat het gewone leven ook doorging stonden we op koningsdag om 10 uur samen met andere balkoniers het Wilhelmus mee te blazen op een kazoo (dit gebeurde overigens op verzoek van de feestcommissie) en ’s middags op herhaling, maar dan met borrel.

Op 4 mei ook maar vanaf ons balkon de doden herdacht en op 5 mei in oranje kledij en oranjebitter slempend op het balkon een vrijmarkt gehouden, dolle boel.

Voor een hoogtepunt op Bevrijdingsdag zorgde Claudia de Breij toen ze vroeg om op 16.55 uur het nummer ‘Zing, vecht, huil, enz. van Ramses Shaffy vanaf het balkon te laten klinken. We sleepten de grote speakerbox naar buiten en om 16.55 u. galmde Ramses over de vijver. Ik heb geen idee meer voor wie of wat het was, maar in coronatijden doe je wat er gevraagd wordt, zelfs een liedje van Ramses Shaffy afspelen. 

Na Bevrijdingsdag hebben we een punt gezet achter ons balkonverblijf en gebruiken we het balkon alleen nog waarvoor een balkon bedoeld is: een goede fles wijn soldaat maken. Af en toe horen we ergens nog een applaus opklinken. We heffen dan het glas en toosten op alles en iedereen.