Wachten

‘Frans, hoe staat het met jouw conditie?’
‘Hoezo, waarom vraag je dat?’
‘Nou, ik maak me zorgen. Je leest wel eens over mensen uit risicogroepen die achter de balkongeraniums langzaam maar gestaag ontbinden. Ze eten en drinken zich ongans, bewegen nauwelijks en opeens is het hupakee finito, horizontalo. Doe je wel aan sport, of anders gezegd: moet de luie reet niet eens hoognodig van de bank? Nederland Beweegt met Olga Commandeur van Omroep Max lijkt me wel iets voor jou, of golfen natuurlijk.’
‘Nee dat gaat het niet worden. Ik heb net zo’n hekel aan geruite broeken op een grasveld als aan Olga Commandeur in hotpants bij Max en trouwens er overlijden meer mensen tijdens het sporten dan drinkend in de kroeg. Zou jij toch moeten weten. En, in alle eerlijkheid: mijn lichaam leent zich niet voor sporten. De voeten zijn te plat, het hoofd te groot en de ledematen bewegen als stramme armseinen aan een verroeste seinpaal.’
‘Tja, nu je het zegt. Misschien denksporten?’
‘Leuk gevonden, maar daar is het te laat voor, daar had ik eerder mee moeten beginnen, denken pik je niet zomaar op. Trouwens aan denken heb je niks bij sporten of bij het opkrikken van je conditie. Domme mensen kunnen heel goede sporters zijn.’
‘Als je niet sport wat doe je dan in godsnaam de whole focking day?’
‘Nou ik wandel geregeld van A naar B, soms naar C of D en dan weer terug. De rest van de dag wacht ik in een aangenaam nietsdoen op de dag van morgen. En jij, wat doe jij zoal?’