Het been

Je leest wel eens wat, zeker in tijden van Corona. Gisteravond las ik over een been. Ik lees graag over een been. Niet over twee benen, dat is vaak meer van hetzelfde, één been heeft een verhaal.

Mijn been-belangstelling begon bij Godfried Bomans toen hij bij een Edison uitreiking publiekelijk zijn bewondering voor de benen van Marlène Dietrich uitsprak en verzuchtte: ‘Had mijn vrouw maar één zo’n been’. Wat één been al niet vermag.

Gisteravond las ik niet over Bomans’ been van Marlène Dietrich en ook niet over het been dat onlangs aanspoelde op een zandstrandje aan de IJssel, maar ik las over het been van Sarah Bernhardt, om precies te zijn: haar rechter.

De actrice was in haar jonge jaren bij een valpartij op een scheepsdek gewond geraakt aan haar been. Jaren later kwam ze wederom ongelukkig terecht op datzelfde been toen ze in La Tosca van de kantelen moest springen en de toneelmeester vergeten was een valbrekend matras neer te leggen. Het been diende direct te worden geamputeerd, net boven de knie.

Zo’n geamputeerd been gooi je natuurlijk niet zomaar weg en toen de eigenaar van een rondtrekkend rariteitenkabinet over de amputatie hoorde bood hij Sarah honderdduizend dollar voor haar been. De transactie ketste af en even later dook het been op in de anatomische afdeling van de geneeskundige faculteit van Bordeaux. In 1977 verhuisde het instituut en het been raakte zoek. Uit het niets kwam het in 2008 weer tevoorschijn, zij het dat het direct door een professor werd ontmaskerd als een valse Sarah-Bernhardt; er waren er destijds meer in omloop. Het getoonde exemplaar betrof een linkerbeen, schoenmaat 46, zonder grote teen.

Het Sarah-Bernard-been intrigeert me. Ergens staat een geprepareerd slank rechterbeen te pronken naast een schouw, in een hoek van een sjieke hal naast de kapstok of misschien ligt het wel vermuft en vergeten in een oude koffer bij iemand op zolder.

Inmiddels volg ik alle uitzendingen van het tv-programma Tussen Kunst en Kitsch. Het zou zo maar kunnen.